Denkend aan zijn oma Elisabeth ziet Red Persoprichter Max van Geuns (29) kansen voor Europese verbondenheid. In dit persoonlijke essay geschreven voor Europadag zet hij zijn eigen familiegeschiedenis uiteen: ‘Ik ben een product van de Europese eenwording’.
Het is 14 januari 1930. Mijn Pools-Duitse oma wordt geboren als Elisabeth Sowa in Silezië. Ze verhuist naar Berlijn, waar ze – zoals velen in die tijd – onderdeel wordt van de meisjesvariant van de Hitlerjugend. Voor haar is daar niets mis mee: ze zingen, knutselen en spelen. “Het was hartstikke gezellig,” zou ze mij later vertellen. “We hadden toen geen idee wat voor gruwelijks zich in de buitenwereld zou afspelen.”
In die buitenwereld lijkt er voor vele anderen in Europa nog weinig aan de hand. De Eerste Wereldoorlog, die dan nog de Grote Oorlog heet, is al ruim tien jaar voorbij. Door de groeiende onvrede komen desondanks de hoofdrolspelers van de Tweede Wereldoorlog op. Daaronder ook Hitler, met een campagne gericht op de armen: “De communisten en joden zijn de oorzaak van al jullie problemen. Willen jullie minder communisten en joden? Dan gaan we dat regelen!” Klinkt bekend?
Dan barst deze haatdragende campagne uit in geweld, onder andere met de Kristallnacht en later de daadwerkelijke oorlog. Mijn oma krijgt daar weinig van mee. Haar negatieve ervaringen komen pas tegen het einde van de oorlog. Als tiener moet ze onderduiken. Eerst voor het oorlogsgeweld en daarna voor de wraakzuchtige Russen. Daarover vraag ik me toch af: welk aandeel kan mijn oma, dan maar 15 jaar oud, in het naziregime hebben gehad?
Het laat zien dat het onderscheid tussen ‘goed’ en ‘fout’ niet altijd even makkelijk is. Veel Duitsers betalen na de oorlog een collectieve prijs voor de daden van hun landgenoten. Mijn moeder, die later naar Amsterdam verhuist, ondervindt decennialang aan den lijve wat ‘mof’ zijn in Nederland betekent. Zo worden haar autoruiten ingeslagen en alle vier de wielen gestolen vanwege haar Duitse kenteken, en stelt een collega dat mijn moeder op 5 mei geen vrij zou mogen krijgen. Ondanks dat bouwt zij in Nederland iets moois op, dankzij de mogelijkheden die Europa biedt.
Ook mijn vaders gezin profiteert van die mogelijkheden, al is dat wel na groot leed. Zijn vader, mijn opa, is van joodse afkomst. Hij zit tijdens de oorlog gevangen in een Japans interneringskamp. Na terugkomst komt hij erachter dat tientallen familieleden zijn afgevoerd en vermoord door de nazi’s. Later doet hij zijn opleiding tot longarts in Zwitserland, waar mijn vader wordt geboren. Daarna verhuizen ze terug naar Nederland.
